Domme vragen bestaan niet, maar de Kamervragen van 10 augustus van de Partij voor de Dieren komen wel een beetje in de buurt. Het onderwerp was biobrandstof en het doel was afschieten van het idee dat luchtvaart duurzaam kan worden door biobrandstof te gaan gebruiken.

De eerste dertien vragen worden gebruikt om het geweer te laden en te richten. Uit Amerikaanse publicaties blijkt dat bijmengen van de biobrandstof ethanol bij auto’s leidt tot een hoger brandstofgebruik. Niet zo gek, want ethanol bevat per liter een derde minder energie dan benzine. Het verlies aan kilometers per liter loopt op van 3% bij weinig bijmenging tot 27% bij veel bijmenging.

In vraag 14 wordt de trekker overgehaald:

“Zijn de cijfers zoals de Amerikaanse overheid die publiceert voor het (bio)brandstofverbruik voor autoverkeer vergelijkbaar met wat te verwachten is in de luchtvaart?”

Op dat moment blijkt dat het geweer een waterpistooltje is. Want het antwoord op die vraag is, kennelijk anders dan werd verwacht, nee. De biobrandstof voor luchtvaart is biokerosine en die is volledig gelijk aan fossiele kerosine. Inclusief de energie: 43 MJ/kg.

De resterende vragen gaan er van uit dat het antwoord ‘ja’ zou zijn geweest en dat maakt die vragen wat sneu. Met als dieptepunt vraag 18:

“Op welke manier wordt voorkomen dat door deze rekentruc (zogenaamd minder uitstoot per liter maar meer liters verbranden) het aantal liters, de hoeveelheid energie die verbruikt wordt, en de uitstoot in de luchtvaart nog verder gaan stijgen?”

De enige truc hier is de wijze waarop dit vragenrondje is opgebouwd. Je ziet dat ook wel bij actiegroepen. Eerst een rookgordijn neerleggen, en dan maar wat roepen in de verwachting dat toch niemand het controleert. Het zou niet verwonderlijk zijn als deze vragen inderdaad door een actiegroep zijn ingestoken. In dat geval zou ik aan de Partij voor de Dieren willen meegeven: controleer een uitspraak van een actiegroep altijd even. Loop er niet gelijk als een kip zonder kop achter aan.


19 oktober 2021 – Op 23 september zijn de vragen van de Partij van de Dieren beantwoord. Het resultaat was zoals in bovenstaand berichtje werd voorspeld.

Vraag 11
Kunt u bevestigen dat met het bijmengen van meer biobrandstoffen in traditionele fossiele brandstoffen de energiedichtheid van de (gemengde) brandstof per liter terugloopt?

Antwoord 11
De energiedichtheid van bij te mengen brandstoffen is nagenoeg gelijk aan fossiele kerosine. Op EU niveau wordt zelfs een iets hogere energiedichtheid voor duurzame luchtvaartbrandstoffen aangenomen dan voor fossiele kerosine.

Vraag 14
Zijn de cijfers zoals de Amerikaanse overheid die publiceert voor het (bio)brandstofverbruik voor autoverkeer vergelijkbaar met wat te verwachten is in de luchtvaart? Zo nee, waarom niet?

Antwoord 14
Nee. Alle luchtvaartbrandstoffen moeten voldoen aan strenge kwaliteitseisen. Deze zijn vastgelegd in de mondiaal toegepaste standaarden. Standaard ASTM D7566 regelt dat biobrandstoffen voldoen aan dezelfde eisen als fossiele kerosine, die op hun beurt zijn vastgelegd in ASTM D1655. Die eisen betreffen ook de energiedichtheid, die gelijk moet zijn voor duurzame en fossiele luchtvaartbrandstoffen.

Vraag 18
Op welke manier wordt voorkomen dat door deze rekentruc (zogenaamd minder uitstoot per liter maar meer liters verbranden) het aantal liters, de hoeveelheid energie die verbruikt wordt, en de uitstoot in de luchtvaart nog verder gaan stijgen?

Antwoord 18
Zie de antwoorden op de vragen 11 en 14.